- Extreem-rechts, in Vlaanderen en Wallonië - Het verschil.
Extreem rechts blijft de pennen beroeren. Hilde Coffé’s doctoraatsverhandeling is een nieuwe, interessante analyse. De auteur onderzoekt waarom extreem rechts in Vlaanderen zo’n succes kent, en niet in Wallonië. Het boek is behoorlijk objectief en het onderzoek is wetenschappelijk, al is wel duidelijk dat de auteur geen voorstander is van extreem rechts. Het boek begint niet met verrassende stellingen. De klassieke ideeën over de opkomst van extreem rechts in Vlaanderen worden eerst nog eens herhaald, geen revolutionaire zaken hier. Wél revolutionair is het onderzoek naar het ‘marktpotentieel’ van extreem rechts. Er zijn allerlei erkende criteria voor de waarschijnlijkheid extreem rechts te stemmen, zoals opleidingsniveau, sociale status, lidmaatschap van verenigingen… Verrassend is dat deze in Wallonië veel hoger liggen dan in Vlaanderen. Puur objectief gezien heeft extreem rechts véél meer kans om te slagen in Wallonië. Wat zorgt er dan voor dat precies het tegenovergestelde gebeurde? De auteur gaat dieper in op de geschiedenis van het Vlaams Belang en het Front National. De beweringen van Waalse politici dat Wallonië toleranter en gastvrijer is, en Vlaanderen egocentrischer en minder tolerant blijken alvast lulkoek te zijn. De oorsprong en evolutie van de partijen kunnen een antwoord bieden. De beginjaren van Vlaams Belang, toen nog Vlaams Blok, waren veel meer gericht op de Vlaamse zaak, en voorzitter Dillen gebruikte zijn partij vooral als zweeppartij. Tot hier blijft alles normaal. Karel Dillen schraagde de partij zoals Daniel Féret zijn Front National schraaft en Le Pen zijn Franse tegenhanger, waar Féret de mosterd haalde. In Vlaanderen veranderde alles toen naast de oorspronkelijke stichter Karel Dillen, er ook nieuwe, sterke politici opdaagden. Het idee van de typische éénmanspartij met slechts één grote politicus en zijn aanhangers werd daardoor doorbroken. Een goede interne organisatie en professionele promotie- en propagandacampagne zorgden voor de grote successen. Het bestaan van een Vlaamse Beweging (hoewel deze nooit officieel aansluiting zocht bij het VB) en het pijnlijke oorlogsverleden zorgde ervoor dat de partij van bij het begin een belangrijk potentieel had. Ook leidde dit ertoe dat het nationalistische discours van het Vlaams Blok, in tegenstelling tot in vele andere landen en regio’s, niet onmiddelijk als abnormaal gezien werd. Dat blijkt een behoorlijk unieke situatie te zijn. In Wallonië had Daniel Féret het heel wat moeilijker. Eerst en vooral blijkt dat geen al te aangename man te zijn. Hij duldt niemand naast of boven zich en heel wat militanten verlaten de partij omwille van zijn persoon. Dat leidde al snel tot nog kleinere splinterpartijtjes. Bovendien blijkt Féret’s discours niet zo logisch voor Wallonië. Bovendien is een pleidooi voor Waals nationalisme niet erg populair in Wallonië. Maar als belangrijkste feit voor het niet slagen van Féret is de politieke situatie in Wallonië. Extreem rechts doet het vooral goed in arbeidersbuurten en bij laag opgeleiden, aldus de auteur. In Wallonië hébben die al een partij die opkomt voor hun belangen, namelijk de PS. Het niet-succesvol zijn van het Front National en het succes van Vlaams Belang blijken dus vooral door lokale en maatschappelijke factoren te worden bepaald. Ook het feit dat de leider van het Front National meer ruzie maakt dan zijn partij verenigt en de anomalie van het Vlaams Blok dat vele boegbeelden heeft zijn belangrijk. Deze verrassende conclusie is een reden waarom dit boek onontbeerlijk is in de studie van het extreem rechts in België.( Bron : Chris Demeyere)
Don Viona




